Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Skip to content.

Welkom op de website van KVG

You are here: Home » Inkomen in budgettair moeilijke tijden

Inkomen in budgettair moeilijke tijden

 

(Handiscoop, oktober 2009)

 

Op dit moment is de regering aan het werk met het op punt stellen van de begroting voor volgend jaar. Hard aan het werk, zoals de ministers het graag zelf zeggen. En gezien de ‘budgettair moeilijke tijden’ (telkens een minister zijn mond open doet, keert deze litanie terug) is het inderdaad een erg zware klus.

Door de crisis zijn er heel wat minder ontvangsten, want bedrijven sluiten of draaien maar op halve kracht en de uitgaven swingen de pan uit. Iedereen die z’n job verliest, heeft immers nood aan een vervangingsinkomen. Er zijn de kosten van de vergrijzing. En door de enorme staatssteun aan de banken staat de overheid het water helemaal tot aan de lippen.
Deze regering had vorig jaar nog goede voornemens over de aanpak van de armoede in België. De laatste tijd is het daar stil rond. Wellicht door de budgettair moeilijke tijden. In haar armoedeplan stond dat de regering de laagste uitkeringen zoals het leefloon, maar ook de inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap, zou verhogen. In juni is dat nog gebeurd met 2%. Omdat de uitkeringen echter al zo laag zijn, is één verhoging lang niet voldoende om nog maar in de buurt van de armoedegrens (*) te komen. Dat heel wat mensen met een laag tot zeer laag inkomen moeten rondkomen, kunnen en willen wij nu niet vergeten, ondanks de budgettair moeilijke tijden.
Lage inkomens en handicap
In België is armoede nog altijd een groot probleem. 14,7 % van de Belgische bevolking behoort tot de groep die een verhoogd armoederisico loopt. Voor een alleenstaande betekent dit dat zijn of haar beschikbaar inkomen niet hoger ligt dan 822 euro per maand. Voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen ligt het beschikbare inkomen niet hoger dan 1.726 euro per maand.

Deze bedragen liggen nog ver boven wat een persoon met een handicap of andere mensen die van bijstand leven maandelijks ontvangen. Een volledige inkomensvervangende tegemoetkoming voor een alleenstaande bedraagt 726 euro per maand en een persoon met een handicap en kinderen ten laste ontvangt 968 euro per maand, zonder kinderbijslag.

In België leven meer dan 80.000 mensen van een leefloon, ongeveer een zelfde aantal van een Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) en nog eens ongeveer evenveel leeft van een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT). De meeste mensen met een handicap hebben wel geen volledige inkomensvervangende tegemoetkoming omdat ze nog een vervangingsinkomen hebben uit de sociale zekerheid of een bescheiden inkomen uit werk. Maar ook als je in aanmerking komt voor een gedeeltelijke inkomensvervangende tegemoetkoming betekent dat altijd, net zoals bij de andere bijstandsuitkeringen, dat je een laag tot zeer laag inkomen hebt en je onder of rond de armoedegrens zit.

Er zijn dus minstens 80.000 mensen met een handicap die leven van bijstand en een inkomen hebben onder of rond de armoedegrens. Er zijn bovendien nog veel mensen die leven van zeer lage sociale minimumuitkeringen en die zich in een vergelijkbare penibele situatie bevinden als ze geen andere inkomsten hebben.

In de literatuur over armoede en de teksten over armoedebeleid wordt het verband tussen armoede en handicap weinig of niet gelegd. Nochtans is het hebben van een handicap vaak de reden waarom mensen in de bijstand en in armoede terecht komen en er blijven. Werk is voor de meeste mensen de uitweg uit de armoede. Werken of werk vinden is echter voor een groot aantal mensen met een handicap niet mogelijk.

 

2010 komt er aan!

 

In 2010 ga je opnieuw veel horen over armoede en sociale uitsluiting. 2010 is namelijk het Europees Jaar tegen armoede en sociale uitsluiting. De begroting van België zal in 2010 een heel groot tekort vertonen. Maar dat zal niet komen doordat er voor de strijd tegen de armoede en de sociale uitsluiting een tandje wordt bijgestoken. Daarvoor was er ook de voorbije jaren al nauwelijks geld. En gezien de budgettair moeilijke tijden … Je begrijpt dat wij weinig hoopvol zijn dat er voor een beleid tegen armoede voldoende middelen worden uitgetrokken.

KVG zal deze maand met veel belangstelling de begroting en de begeleidende verklaringen uitpluizen. Het staat vrijwel vast dat de regering met de nodige zelfvoldaanheid zal verkondigen dat ze niet zullen raken aan de laagste inkomens, ondanks de budgettair moeilijke tijden. Maar iedereen die een inkomen heeft dat net boven het laagste inkomen uitkomt, zal natuurlijk wel een bijdrage moeten leveren om uit de crisis te geraken. Zodat er weer een heleboel meer mensen dicht bij dat minimum zullen uitkomen.
En uiteindelijk zal iedereen toch meebetalen. Want die magere minimumuitkering gaat al zeker niet meer omhoog de komende jaren. Hetzelfde zal van allerlei kosten niet kunnen gezegd worden.

Wij verwachten van de regering dat ze blijft werk maken van de strijd tegen de armoede in 2009, 2010, … tot dat probleem is opgelost. Dat betekent vooral een betere herverdeling van de inkomens. Voor ons is dát prioritair. Er moeten nieuwe inkomsten gezocht worden als er niet genoeg bespaard kan worden zonder daarbij de mensen die het nu al heel moeilijk hebben te treffen. Besparen op de rug van mensen met een handicap met de laagste inkomens, rechtstreeks of onrechtstreeks, kan niet en mag niet. Zeker niet in budgettair moeilijke tijden.

Ervoor zorgen dat de lage inkomens van mensen met een handicap opgetrokken worden, is de kerntaak van KVG. We steken de komende maanden alvast een tandje bij om onze stem te laten horen. In Handiscoop en andere KVG-publicaties zal je binnenkort meer over onze plannen en acties kunnen lezen.

Herman Janssens

(*) De armoedegrens
In België wordt als armoedegrens meestal verwezen naar de Europese armoederisiconorm. De berekening van de armoederisiconorm gebeurt door EU-SILC (European Union - Statistics on Income and Living Conditions), een nieuwe enquête naar inkomens en levensomstandigheden en een belangrijk instrument om armoede en sociale uitsluiting in kaart te brengen.
In SILC worden in de geselecteerde huishoudens interviews afgenomen van iedereen ouder dan 16 jaar om het beschikbare gezinsinkomen te bepalen. Dat gezinsinkomen is de som van alle individuele (netto) inkomens aangevuld met inkomens op het niveau van het huishouden (bijv. kinderbijslag).
Het is het beschikbare gezinsinkomen dat, na verrekening van de gezinsgrootte aan de basis ligt van de armoederisico inschatting. Die is gebaseerd op een grens vastgelegd op 60% van het mediaan equivalent inkomen. In mensentaal betekent dit dat we alle inkomens klasseren van de laagste tot de hoogste, en 60% nemen van het inkomen dat juist in het midden ligt.
Leden van gezinnen waar het beschikbare gezinsinkomen lager ligt dan 60% van het mediaan beschikbare gezinsinkomen worden als arm beschouwd. Het algemene armoederisico van 14,7% betekent dus dat 14,7% van de Belgen leeft in een huishouden waarvan het beschikbare inkomen lager ligt dan 60% van het mediaan beschikbare inkomen na verrekening voor de gezinsgrootte.

 

Powered by Plone
disclaimer KVG